U bent hier

Verblijfsco-ouderschap beste voor kind-ouder relatie na scheiding

kind ouder relatie

Een gratis Workshop ‘gedeeld ouderschap na scheiding’ met broodjes, verwenkoffie en een gratis boek. Mijn persoonlijke verwachtingen werden allemaal ingelost.

Leuven, 20 maart 2013

Na de inleiding door de Voorzitter van Trefpunt Zelfhulp vzw, Prof. Dr. Koen Matthijs werden enkele resultaten van het wetenschappelijk onderzoek ressorterend onder het consortium “Scheiding In Vlaanderen gepresenteerd.

Experte inzake onderzoek naar gelijkmatig verdeelde huisvesting,  An Katrien Sodermans van de KU-Leuven lichtte enkele resultaten van haar onderzoek toe. De evolutie van de verblijfsregelingen van scheidingskinderen van 1990 tot 2011 werd in kaart gebracht. De kwaliteit van de relatie tussen ouders en kinderen werd gemeten naargelang de verschillende verblijfsregelingen. Uit een ander Vlaams onderzoek, het 3 miljoen euro kostende ‘IPOS-onderzoek’, bleek immers dat voor het kind het belangrijkste punt, het behouden van een goede relatie met beide ouders is. De beste verblijfsregeling, die zorgt voor die goede relaties tussen gescheiden ouders en kind, zo blijkt nu, is het verblijfsco-ouderschap. Erg onevenwichtige verdelingen van verblijf verhogen het risico op een slechte relatie met één van de ouders. Deze bevinding is zowel bij de ‘moeder-kind’ relatie aangetroffen als bij de ‘vader-kind’ relatie. In geval het kind na scheiding extreem veel bij papa verblijft loopt de goede relatie ‘moeder-kind’ dus gevaar.

Nele Havermans van de KU-Leuven zette de voor- en nadelen van verblijfsco-ouderschap op een rij. Verblijfsco-ouderschap zorgt voor een goede relatie tussen ouder en kind en is uiteraard positief voor het kind. Bovendien zorgt een gelijkelijk verdeeld verblijf voor een betere betrokkenheid van beide ouders wat vanzelfsprekend in het belang van het kind is. Paradoxaal genoeg zijn scheidingskinderen in een bilocatieregeling gemiddeld genomen niet gelukkiger dan bijvoorbeeld in een verblijfsregeling met hoofdzakelijk verblijf bij moeder.

Sofie Vanassche van de KU-Leuven had het over de toenemende complexiteit van de gezinssituaties na scheiding. Ongehuwde relaties blijken instabieler te zijn dan de gehuwde. Hertrouwen resulteert erin dat gemiddeld genomen het tweede huwelijk minder stabiel is dan het eerste. Ook krijgen kinderen in nieuwe partnerrelaties of huwelijken, naast hun biologische ouders, te maken met nieuw sociaal ouderschap alsook met nieuwe sociale broer/zus-relaties. De band tussen de kinderen en de stiefmoeders blijkt vaak slecht te zijn. “Zij zijn zeker geen substituten”, klonk het.

Maaike Jappens VU-Brussel presenteerde resultaten van bevragingen tussen kleinkinderen en grootouders. Bij scheiding van de ouders, zijn grootouders in hun dagelijks leven immers ook betrokken partij. Het zijn vooral grootvaders en grootmoeders langs vaderskant die elk contact met hun kleinkind dreigen te verliezen. In 90% van de gevallen blijft het contact behouden. Vragen over cijfermateriaal en bevindingen inzake de gescheiden stief-grootvader maakt duidelijk dat ook het wetenschappelijk onderzoek nog verder kan aangevuld worden. Grootouders langs vaderskant zien bij een verblijfsco-ouderschap hun kleinkinderen vaker dan bij een intact of een kerngezin. Ook hier blijkt dat verblijfsco-ouderschap de beste bescherming is van de relatiekwaliteit en contact tussen grootouders en kleinkinderen van beide kanten. Dit is niet onbelangrijk, gelet op artikel 8 van het ‘Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind’ dat bepaalt dat het kind recht heeft op zijn familiale betrekkingen.

Na de wetenschappelijke bevindingen kregen de aanwezige ouders de ruimte en de tijd om in verschillende groepen deel te nemen aan de debatten waarvan de resultaten verzameld werden om deze te kunnen delen met beleidsmakers. Wat mij persoonlijk nog het meeste opviel in de workshop “gedeeld ouderschap na scheiding” was het hoge aantal ouders of grootouders die helemaal geen contact meer hebben met hun (klein)kinderen waarbij de groep moeders zonder contact met hun kinderen de laatste jaren duidelijk groeiende is.

Jan Van Baelen

 

bijlage:  

 

****programma workshop gedeeld ouderschap na scheiding

programma Workshop gedeeld ouderschap na scheiding

* * *

De studie van het LAGO-onderzoek inzake adolecenten toont aan dat 20,6% van de scheidingskinderen nooit contact meer heeft met vader en 8,8% minder dan 1x per maand.

Dit zijn masale schendingen van art. 24 van onze Europese Grondvesten. De vervanger van de Europese Grondwet zeg maar.

1 op 3 ouders bezien elkaar niet meer na scheiding

21pct geen contact met vader 9pct minder dan 1xmaand na scheiding

 

bron blz. 20 en 21 LAGO onderzoek:
http://www.f4j.be/doc/pdf/110922_LAGOOn ... ronde2.pdf

art.24§3 HANDVEST VAN DE GRONDRECHTEN VAN DE EUROPESE UNIE:
Ieder kind heeft er recht op regelmatig persoonlijke betrekkingen en rechtstreekse contacten met zijn beide ouders te onderhouden, tenzij dit tegen zijn belangen indruist.

http://www.europarl.europa.eu/charter/pdf/text_nl.pdf