U bent hier

Sociaal-economische gevolgen van echtscheiding

Sociaal-economische gevolgen van echtscheiding

Samenvatting verkennende studie naar 'Sociaal-economische gevolgen van echtscheiding'

 

Het laat zich aanzien dat de economische en sociale gevolgen van echtscheiding kosten met zich meebrengen voor de Nederlandse samenleving.

Stichting Marriage Week Nederland (www.marriageweek.nl) heeft EconoVision gevraagd te berekenen wat de sociaal-economische gevolgen zijn van echtscheiding voor de betrokkenen en voor de samenleving..

 

Het doel van dit verkennende onderzoek is het bij elkaar brengen van bouwstenen voor een goed beargumenteerd pleidooi, vanuit sociaal-economisch gezichtspunt, voor een overheidsbeleid gericht op het bevorderen van duurzame relaties.

 

Het rapport beschrijft opvallende trends in de OESO landen in relatie tot huwelijk, echtscheiding en daarmee samenhangende factoren om zodoende het

verschijnsel van huwelijk en echtscheiding in Nederland in perspectief te brengen. Daarnaast worden op basis van literatuurstudie suggesties aangedragen voor een methode om de maatschappelijke kosten te berekenen die verband houden met het toenemend aantal echtscheidingen. De voorlopige aard van het onderzoek verklaart waarom een combinatie van secundaire data is gebruikt voor de schatting van de kosten die voortkomen uit het toenemende aantal echtscheidingen en veranderingen in de gezinsstructuur. Deze kosten zijn verdeeld over de volgende categorieën:

Private kosten

1. Effecten op individueel- en gezinsinkomen (par 5.1)

2. Effecten voor kinderen op de langere termijn (par 5.2)

a. Risico van armoede als gevolg van echtscheiding

b. Effecten op leerprestaties

c. Gedragsproblemen en effecten op kind-ontwikkeling

d. Effecten op besluitvorming over toekomstige gezinsstructuur.

3. Effecten op subjectief gevoel van welzijn (par 5.3)

4. Effecten op gezondheid (par 5.4)

 

Directe effecten op de publieke middelen

5. Effecten op voortplanting (par 5.5)

6. Sociale uitkeringen (par 5.6)

7. Huisvestingsondersteuning en juridische diensten (par 5.7)

 

Vergelijking tussen OESO-landen wijst uit dat het huwelijk nog steeds de belangrijkste vorm van partnerschap is. Het blijft daarom relevant een goed zicht

te hebben op de manier waarop het huwelijk en andere partnerschapsstructuren zich ontwikkelen. De vraag in welke mate het huwelijk een stabielere vorm van

partnerschap is dan minder traditionele partnerschappen is, op dit moment, nog niet te beantwoorden. Hiervoor is verder onderzoek nodig.

De OESO statistieken laten een gestage daling zien van het aantal gesloten huwelijken per 1.000 inwoners per jaar tussen 1970 en 2009 van gemiddeld 8,1

tot 5,0. Dit is een daling van 38% over een periode van 39 jaar. Voor Nederland echter daalt het aantal gesloten huwelijken per 1.000 inwoners per jaar over

dezelfde periode van 9,5 tot 4,4. Dit komt overeen met een vermindering van ongeveer 53% over een periode van 39 jaar, ruim boven het OESO-gemiddelde.

Deze trends worden in de Nederlandse situatie nog eens onderstreept door de volgende gegevens zoals gemeten over de laatste zestig jaar:

 

Het totale percentage van de bevolking dat is gescheiden is toegenomen van ongeveer 0,7% in 1950 tot ongeveer 6,9% in 2011, een vermeerdering van ongeveer 800%.

 

Het totale percentage van huwelijken dat eindigt in scheiding, is toegenomen van ruim beneden 8,5% in 1950 tot 36,5% in 2011, een vermeerdering van ongeveer 330%.

 

Het echtscheidingspercentage per 1.000 echtparen en per 1.000 inwoners is tussen 1950 en 2010 toegenomen met 204% respectievelijk 216%.

 

Het percentage van levendgeborenen buiten het huwelijk is toegenomen van ongeveer 1,5% in 1950 tot ongeveer 41,8% in 2011, een vermeerdering van ongeveer 2.700%.

 

Bij meer dan 60% van alle echtscheidingen zijn kinderen betrokken en bij twee derde van deze echtscheidingen zijn twee of meer kinderen betrokken.

De belangrijkste bevindingen en conclusies uit dit onderzoek en de daaraan gekoppelde analyse zijn de volgende.

 

Een op de vijftien personen in Nederland is gescheiden. Twee uit elke vijf kinderen, geboren in Nederland, zijn geboren buiten het huwelijk. Deze cijfers

illustreren de gevolgen van het stijgend aantal echtscheidingen en de daarmee samenhangende veranderingen in de gezinsstructuur. De cijfers duiden ook op de dringende noodzaak van een beter inzicht in de kosten samenhangend met echtscheiding.

 

Dit rapport is gebaseerd op gegevens over de effecten van echtscheiding uit de internationale, wetenschappelijke literatuur die zijn toegepast op de Nederlandse

context. Geconstateerd wordt dat veranderende gezinsstructuren hoge kosten met zich mee brengen voor alle belanghebbenden – de gescheiden ouders, hun kinderen en de samenleving.

 

De bevindingen in het rapport geven aan dat ongeveer 160.000 vrouwen het risico lopen van relatieve armoede als gevolg van echtscheiding. Daartegenover

kunnen zij, in het geval van een nieuwe relatie, een potentiële gezamenlijke inkomstenvermeerdering van 2,4 miljard euro per jaar verwachten.

Echtscheiding, resulterend in een vermindering van het gezinsinkomen met gemiddeld 15.000 euro op jaarbasis, raakt vooral vrouwen in de laagste 40% van de inkomensgroepen, wat hen blootstelt aan het risico op relatieve armoede.

De cijfers wijzen op een sterk verband tussen echtscheiding en de economische kwetsbaarheid van vrouwen.

De schattingen wijzen ook op grote, negatieve effecten voor kinderen. Naar schatting 100.000 minderjarige kinderen, levend in relatieve armoede, zijn afkomstig uit gebroken gezinnen. Voor eenoudergezinnen, met een vrouw aan het hoofd én met kinderen, is de kans op armoede vijfmaal zo groot als voor volledige gezinnen met kinderen.

 

Opgroeien in een eenoudergezin kan leiden tot een vermindering van slagingspercentages op de middelbare school, gedragsproblemen, neiging tot hoog risicogedrag en een verhoogde neiging tot het begaan van misdrijven. Deze factoren, indien gemeten in het Nederlandse scenario, duiden erop dat toegenomen misdaad als gevolg van gebroken gezinnen kan leiden tot circa 900 miljoen euro kosten per jaar en tot een afname van potentieel inkomen in de orde van 360-1.800 miljoen euro als gevolg van een laag onderwijsniveau.

 

Echtscheiding vermindert:

de slagingspercentages in het hoger middelbaar onderwijs met een percentage tussen 6 en 13%;

 

het aantal gevolgde schooljaren met ongeveer 0,2 – 1,0 jaar;

 

de totale geaggregeerde inkomsten van de ‘gescheiden’ populatie met 360-1.800 miljoen euro.

Kinderen uit gebroken gezinnen zijn drie keer meer geneigd een misdrijf te plegen dan kinderen uit volledige gezinnen. De aldus verhoogde kosten van misdaad bedragen naar schatting 900 miljoen euro per jaar.

 

Als gevolg van echtscheiding zijn kinderen meer geneigd om zich over te geven aan riskant gedrag en vertonen grotere gedragsproblemen.

Het geschatte effect van gedragsproblemen op werkgelegenheid en loonniveau is als volgt:

het reduceert de kans op een baan voor vrouwen met 1% en voor mannen met 3%;

 

het reduceert het inkomen van vrouwen met 4%.

 

Echtscheiding beïnvloedt het gezinsvormingsgedrag van de betrokken kinderen later in hun leven en hun beroep op publieke voorzieningen aangezien kinderen

uit gebroken huwelijken meer dan gemiddeld zijn geneigd om:

een partnerschap aan te gaan in de vorm van ongehuwd samenwonen in plaats van huwelijk en dit relatief sneller te beëindigen;

reeds jong het ouderschap op zich te nemen;

het eerste kind buiten het huwelijk te krijgen;

 

gedurende langere tijd afhankelijk te zijn van sociale bijstand.

Dit fenomeen zal naar alle waarschijnlijkheid een vicieuze cirkel scheppen van instabiele gezinsstructuren, die van de ene generatie tot de volgende leidt tot

nog meer instabiliteit in de gezinsstructuur. Dit betekent ook dat rekening moet worden gehouden met hoge maatschappelijke kosten voor de langere termijn.

De bevindingen in het rapport wijzen ook op negatieve effecten op gezondheid, geluk en welbevinden en, als gevolg daarvan, op de overheidsfinanciën. Naar

schatting bedraagt het bedrag aan sociale uitkeringen bestemd voor eenoudergezinnen jaarlijks ongeveer 380 miljoen euro naast de kosten van

juridische bijstand voor echtscheiding (belastingaftrek) oplopend tot ongeveer 112 miljoen euro per jaar.

 

In Nederland scoren gehuwde personen zestien punten hoger op de schaal van welbevinden. Zelfs na een periode van acht jaar na de echtscheiding bereiken

mensen niet het niveau van welbevinden zoals zij dat ervoeren gedurende de twee tot drie jaar voorafgaand aan de echtscheiding.

Wat betreft gezondheidseffecten zijn gescheiden mensen meer dan gemiddeld geneigd tot zelfmoord, vaker afwezig van werk (arbeidsverzuim), lopen grotere

gezondheidsrisico’s in alle categorieën, maken vaker dan gemiddeld gebruik van openbare gezondheidszorg en lopen een 53% grotere kans op ziekenhuisopname.

 

De geschatte totale kosten van arbeidsverzuim in het geval van gescheiden personen bedragen ongeveer 438 miljoen euro op jaarbasis.

Eenoudergezinnen maken 26% uit van alle huishoudens die afhankelijk zijn van sociale uitkeringen terwijl hun aandeel in het totale aantal huishoudens 6,7%

bedraagt. Sociale uitkeringen die voortvloeien uit echtscheiding bedragen naar schatting in totaal 390 miljoen euro.

Het totaal aan huursubsidies voor eenoudergezinnen (die voortkomen uit echtscheiding) bedraagt naar schatting ongeveer 100 miljoen euro.

Echtscheiding kan een negatief effect hebben op de voortplanting omdat het de voortplantingsbeslissingen van de vrouw beïnvloedt. Hierdoor kan de

bevolkingsgroei afnemen, de leeftijdsopbouw uit balans worden gebracht en sociale zekerheid en pensioenvoorziening onder druk komen te staan.

De onderzoekers wijzen er op dat de gesignaleerde kosten uitsluitend zijn toegerekend aan de categorie van gescheiden personen. Men kan dus niet stellen

dat echtscheiding op zichzelf (en automatisch) tot deze kosten leidt. Met andere woorden, er is een relatie tussen echtscheiding en hoge maatschappelijke kosten

maar deze relatie is niet noodzakelijkerwijs oorzakelijk. Voor een eventueel oorzakelijk verband zullen veel meer factoren moeten worden onderzocht.

Gegeven de methodologische beperkingen in de opzet, is het onderzoek vooral van verkennende aard. Niettemin maakt het rapport de aard en de globale

omvang helder van de kosten verbonden aan echtscheiding en veranderende gezinsstructuren. De bedoeling van het rapport is om verder onderzoek te

stimuleren dat kan worden gebruikt voor het formuleren van toekomstig overheidsbeleid.

 

Rotterdam, 31 januari 2013

www.EconoVision.nl

 

* * *

Op basis van de verkennende literatuurstudie adviseert Stichting Marriage Week Nederland de overheid om grondig eigen onderzoek te laten doen naar de sociaaleconomische effecten van echtscheiding, om op basis daarvan een effectief preventiebeleid te kunnen ontwikkelen en bij te dragen aan het welzijn van de burgers.

De studie combineert wetenschappelijke gegevens uit internationale bronnen en beschrijft trends op het gebied van huwelijk, echtscheiding en gezin in de OESO-landen. Met behulp van deze bronnen is geprobeerd een eerste inventarisatie te maken van de sociaal-economische effecten van echtscheiding voor de Nederlandse samenleving. De stichting vindt nader onderzoek nuttig.

Zie hier de Engelstalige studie: Marriageweek/studie2013

Stichting Marriage Week Nederland wordt geleid door vrijwilligers en is aangesloten bij vergelijkbare organisaties in bijna 30 andere landen. Marriage Week is in 1996 in Engeland ontstaan.

Voor meer informatie:

Jan Hol, bestuurslid Stichting Marriage Week Nederland, 06-52504380 begin_of_the_skype_highlighting Vrij 06-52504380 end_of_the_skype_highlighting; jan.hol@hotmail.com.

 

 

Reacties

afbeelding van lucgescheiden

Inderdaad zeer ophefmakende cijfers, en het is dan ook essentiël dat overheden een grondig eigen onderzoek voeren.Misschien dat een stevige noorderwind de politiekers in België hier ook voor kan vinden.Het Justieplan heeft het echter over 'hinkstapspringen' bron: http://justitie.belgium.be/nl/binaries/Plan%20justitie_18maart_NL_tcm265...en ik er valt niet dadelijk iets in terug te vinden over enig grondig eigen onderzoek.Misschien dat organisaties als het VadersInstuut zich kunnen manifesteren tot het eisen van dergelijk grondig onderzoek.De huidige minister van Justitie drukte, toen nog minister van Financiën, reeds eerder wetsvoorstellen door alshet intrekken van het rijbewijs van ouders die hun alimentatie niet betalen.bron: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/journaal/2.32696?...Ook toen weigerde hij zich de vraag te stellen welke sociaal-economische gevolgen dergelijke nieuwe wet tot gevolg heeftvooral dan voor vaders die niet aan de opgelegde alimentatie KUNNEN voldoen, ondanks al hun vaderliefde.Wanneer dergelijke hervormers aan de wetten beginnen te prutsen zonder eerst een grondig onderzoek te hebben gevoerd,is het hek wel van de dam.