U bent hier

De kracht van een lokale aanpak bij toezicht op de jeugdzorg

De kracht van een lokale aanpak bij toezicht op de jeugdzorg



De commissie-Samson concludeerde dat kinderen in een jeugdzorginstelling in Nederland ongeveer 2,5 meer kans hebben om seksueel misbruikt te worden.

De commissie geeft aan dat de Inspectie Jeugdzorg minder papieren toezicht moet houden en meer het veld in moet gaan om misstanden tijdig te signaleren. Ook zou de overgang van het toezicht op jeugdzorg naar gemeenten nog niet moeten plaatsvinden.

In Amerika stuitte ik op een voorbeeld van lokaal toezicht dat mogelijk ook goed aansluit bij de voorgenomen decentralisatie van de jeugdzorg in Nederland. In een aantal staten wordt lokaal toezicht gehouden op élk kind dat onder verantwoordelijkheid van de overheid in een instelling of een pleeggezin is geplaatst. Deze vorm van toezicht is bedoeld om te controleren of het belastinggeld goed besteed wordt en om de risico’s die deze kinderen lopen - zoals misbruik – tijdig op te sporen. In bijvoorbeeld de staat South Carolina, komen elke maand lokale evaluatie teams bij elkaar. De grootste counties (300.000 inwoners) hebben twee lokale evaluatie teams en de kleinste counties (10.000 inwoners) werken met elkaar samen in één gezamenlijk evaluatie team.

 

Een lokaal evaluatie team in South Carolina bestaat uit vijf vrijwilligers en een vertegenwoordiger van de overheid. Vier tot zes maanden nadat een kind in een instelling of in een pleeggezin is geplaatst wordt de situatie door het team geëvalueerd. Er wordt gekeken welke afspraken gemaakt zijn, hoe deze worden opgevolgd en of het nodig is om extra actie te ondernemen. Het evaluatie team verdiept zich in het dossier van het kind én voert aparte gesprekken met alle betrokkenen. Er wordt met het kind, de ouders, de pleegouders, de voogd, de instelling en eventueel andere betrokkenen (bijvoorbeeld een leraar of een oma) gesproken. Op deze manier wordt een volledig beeld gevormd van de veiligheid van de situatie van het kind en de voortgang die gemaakt wordt om tot een duurzame woonsituatie te komen (terugkeer naar de eigen ouders of adoptie, etc.). De bevindingen en aanbevelingen van het team worden vastgelegd in een nationale database. De jeugdzorginstelling is er vervolgens voor verantwoordelijk dat alle betrokkenen, inclusief zijzelf, de acties uitvoeren. Na een half jaar wordt de voortgang van de situatie van het kind opnieuw geëvalueerd door het lokale evaluatie team.

 

In South Carolina is specifiek gekozen voor de betrokkenheid van vrijwilligers in dit proces om te zorgen voor een ‘blik van buiten’ en om de situaties van de kinderen te toetsen aan de menselijke maat. De vrijwilligers zijn inwoners van de gemeente die toetsen of de kinderen de zorg krijgen die zij van belang vinden voor de kinderen in hun gemeente. Zij worden benoemd door de burgemeester en worden getraind voor de functie.

 

Bij de decentralisatie van de jeugdzorg in Nederland wordt gevreesd voor versnippering van het toezicht. Met de hierboven beschreven aanpak wordt toezicht gehouden op álle kinderen in instellingen en pleeggezinnen. In alle gemeenten wordt op deze manier de menselijke maat als uitgangspunt genomen voor de veiligheid en het welzijn van de meest kwetsbare kinderen. Met landelijk systeemtoezicht is het onmogelijk om de veiligheid en het welzijn van elk kind zo goed in beeld te krijgen.

 

Channa Minke is manager bij de serviceline Public Strategy van Deloitte Consulting. Channa voert momenteel een onderzoek uit naar de jeugdzorg in Amerika in het kader van de Master of Public Administration die zij volgt aan de Nederlandse School voor het Openbaar bestuur.

bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/partners/deloitte/de-kracht-van-een-lokale-aanpak-bij-toezicht-op.8507338.lynkx

E-mail adres: CMinke@deloitte.nl.