U bent hier

Analyse van gerechtelijke beslissingen inzake huisvesting door Filiatio

I love both of you

Statistische tendensen in rechterlijke beslissingen in zake huisvesting van de kinderen

22 februari 2013

In een dossier over het “belang van het kind in het kader van de wet op het verblijfsco-ouderschap”, heeft de “Ligue Francophone pour la santé mentale”(Franstalige Liga voor Geestelijke Gezondheid) onlangs een volkomen nieuwe enquête gepubliceerd over de statistische tendensen in rechterlijke beslissingen aangaande huisvesting van de kinderen na ‘echtelijke’ scheiding. De redactie van Filiatio heeft deze cijfers geanalyseerd.

De kwetsbaarheid van de echtelijke relatie moet niet meer aangetoond worden. De huisvesting van de kinderen na scheiding is een belangrijk maatschappelijk thema dat in België en Frankrijk wordt besproken, zoals blijkt uit de recente actualiteit. Aan de ene kant zijn er klachten over het gebrek aan betrokkenheid van vaders in opvoedings- en huiselijke taken. Van de andere kant, stellen groepen vaders een “seksistische” justitie aan de kaak : de toekenning van het gezag over de kinderen zou in geval van conflict terugvallen op traditionele patronen die de moederlijke hechting als prioritair beschouwen. Binnen Filiatio hebben we het geheel van de argumenten bestudeerd. Er circuleren cijfers die vaak moeilijk te verifiëren zijn. Bijgevolg brengt het onderzoek van de “Ligue Francophone pour la santé mentale” een noodzakelijk onpartijdig licht over de werkelijkheid van de juridische bedrijvigheid. Deze kwantitatieve gegevens vervolledigen en gaan verder dan de eerste evaluatie die in 2010 gebracht werd door de Universiteit van Luik1 (referentie).

 

[1] Évaluation de l’instauration de l’hébergement égalitaire dans le cadre d’un divorce ou d’une séparation. Université de Liège, Panel Démographie, sous la coordination de Marie-Thérèse Casman, 2010.

De wet van 2006, over "de gelijkmatig verdeelde huisvesting" beoogt vooral om de overeenkomsten te bevorderen tussen de ouders over de regelingen voor de huisvesting van hun kinderen bij ‘echtelijke’ scheiding.

De tweede doelstelling van de wet van 2006 is om “bij voorrang” het model van de gelijkmatige verdeelde huisvesting te bevorderen.

Doel bereikt?  Ogenschijnlijk, ja:  de gelijkmatig verdeelde huisvesting is verdubbeld, en gestegen van minder dan 10% in 2004 tot bijna 20% in 2010.

Het zijn vooral overeenkomsten tussen de ouders die deze formule een grotere waardering geven (28,4%). Dit betekent dat ouders, uit eigener beweging, twee keer zo vaak de voorkeur geven aan de gelijkmatig verdeelde huisvesting dan de rechters het doen wanneer de ouders met elkaar in conflict zijn  : rechters kiezen voor deze oplossing in 12,8% van de gevallen. Een "weekeinde op twee" bij vader, de klassieker bij uitstek van vóór de wet, blijft de huisvestingsvorm in de meerderheid van de gevallen bij akkoord (36,4%) van de ouders of als gevolg van rechterlijke beslissing (37,7%).

Deze representatieve cijfers die het resultaat zijn van een onpartijdige enquête en van een betrouwbare methodologie, stellen ons in staat om een paar observaties naar voren te brengen.

Het idee van het belang van een gelijke participatie van de ouders lijkt vooruitgang te hebben geboekt in de samenleving en de voorstellingsvormen van huisvesting zijn verruimd.  Niettemin blijft de dominante huisvestingsvorm het "weekeinde op twee" bij vader, zowel aan de kant van de ouders (36,4%) als in de rechterlijke beslissingen (37,7%).  Ter vergelijking: het “weekeinde op twee” bij moeder vertegenwoordigt 9,3% van de ouderlijke overeenkomsten en 9,9% bij de rechters.  Bijgevolg is de moeder vandaag nog altijd de ouder bij uitstek die verantwoordelijk is voor de opvoeding en

verzorging van de kinderen na ouderlijke scheiding.

Het zou interessant zijn om deze cijfers te vergelijken met beslissingen van ouders die niet voor de rechter komen (ongehuwde ouders die niet met elkaar in conflict zijn).

 

Bovendien lijkt het erop dat het echtelijke conflict vorm krijgt in de problemen betreffende de huisvesting. De rechters lijken te kiezen voor wat zij beschouwen als voorzichtigheid (het traditionele model van "het weekeinde op twee" bij vader). Zoals ook blijkt uit het aanvullend onderzoek van de Liga, dat op 276 vonnissen steunt, kennen rechters in relatief weinig gevallen de gelijkmatig verdeelde huisvesting  toe aan vaders die hierom verzoeken (63% afwijzingen). Motiveringen die bij afwijzing het vaakst voorkomen, gaan enerzijds over de jonge leeftijd, de "noodzaak aan progressiviteit" en anderzijds over het conflict tussen de ouders: het zijn prioritaire denkpistes waar het om zal draaien in de toekomstige besprekingen bij de evaluatie van de wet.

In een recente peiling uitgevoerd door Filiatio, konden we opmerken dat de Belgen over het algemeen de gelijkmatig verdeelde huisvesting steunen. Hoe dan de kloof uit te leggen tussen deze trend en de feitelijke praktijkervaring? Zoals al  gezegd, geloven we dat bij scheiding de kwestie van de huisvesting van de kinderen dikwijls het echtelijk probleem wordt waar het om draait.

 

Met andere woorden, de scheidende paren brengen niet per se in de praktijk wat zij prediken als ze niet betrokken zijn.

 

We stellen ook weinig variatie vast in de huisvestingsvormen die het meest vertegenwoordigd zijn, ongeacht of het gaat om rechterlijke uitspraken of om overeenkomsten tussen ouders.

Dit kan worden verklaard door een gebrek aan informatie over en kennis van deze alternatieven. In vergelijking met het  “weekeinde op twee”, denken wij dat het belangrijk is om de soepelere alternatieve formules zoals 9/5 (negen dagen bij een ouder, 5 dagen bij de andere) te benutten. Deze methode laat beide ouders toe om zich te geven in de concrete opvolging van de schooltijd van hun kind(eren), maar ook in de dagelijkse educatieve taken, wat moeilijk is om in praktijk te brengen in de tijdspanne van een weekeinde op twee. "Uw vader een weekeinde op twee ontmoeten, is terechtkomen bij een vreemde", aldus Diane Drory (Filiatio # 8).

Wat de “strikt gelijkmatig verdeelde” huisvesting betreft, vestigen wij de aandacht op de mogelijkheid van alternatieven die zich onderscheiden van de traditionele ‘zeven dagen/zeven dagen’, vooral voor jongere kinderen voor wie de betekenis van tijd en van de mogelijkheid om een scheiding aan te kunnen, eerder vraagt om elkaar sneller opvolgende scheidingsmomenten.

Filiatio is een tweemaandelijks tijdschrift ten dienste van ALLE ouders en mensen die beroepsmatig bezig zijn met familie. Open voor de wereld, draagt het bij om na te denken over ouderschap, moederschap en vaderschap op een positieve, tolerante en pedagogische manier, en zorgzaam om stereotypen te vermijden. Zijn doelstelling: duiden, delen en verspreiden van informatie over een waaier van werkingsthema’s, maar ook wijzen op complexe menselijke situaties om nieuwe gezichtspunten aan te brengen voor meer sociale rechtvaardigheid en gendergelijkheid.

Een magazine dat vragen stelt, dooreenschudt, verbindt en reageert!

www.filiatio.be

 

[1] Filiatio - AEGIS/DEEP BLUE : Het gezag over de kinderen na scheiding: wat denken Belgen erover? Peiling uitgevoerd in maart 2012 in een representatieve steekproef bij 500 Belgen. Foutenpercentage: max. 4,4% - telefonische peiling.